Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
Vodafone Libertel B.V. (Vodafone), te Maastricht, appellante
Vodafone en ACM.
Als derde-partijen hebben aan het geding deelgenomen: KPN B.V. (KPN), te Den Haag,
Procesverloop in hoger beroep
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 december 2017. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.
Grondslag van het geschil
Uitspraak van de rechtbank
Beoordeling van het geschil in hoger beroep
ACM en KPN/Reggeborgh hebben zich op het standpunt gesteld dat Vodafone geen belang meer heeft bij het hoger beroep. Vodafone heeft inmiddels een joint venture opgericht met kabelexploitant Liberty Global (Ziggo). Aan de goedkeuring van deze concentratie heeft de Europese Commissie de voorwaarde verbonden dat Vodafone overgaat tot het afstoten van haar retailactiviteiten waarvoor zij destijds ontbundelde toegang tot glasvezel voor consumenten afnam (Vodafone Thuis). De activiteiten van Vodafone Thuis zijn inmiddels overgenomen door T-Mobile Thuis B.V (voorheen Project Jaguar B.V.). Volgens ACM ligt het belang nu bij T-Mobile. Vodafone heeft in reactie op het standpunt van ACM en KPN/Reggeborgh onder meer gewezen op de mogelijkheid om, indien het bestreden besluit wordt vernietigd, schadevergoeding te vorderen. Volgens Vodafone zou zonder het bestreden besluit de prijs die zij heeft ontvangen voor de verkoop van Vodafone Thuis hoger zijn geweest. Desgevraagd heeft ACM aangegeven het onwaarschijnlijk te achten dat Vodafone de schade aannemelijk kan maken, maar zij acht dit ook niet geheel onmogelijk. Naar het oordeel van het College kan niet worden uitgesloten dat Vodafone schade heeft geleden als gevolg van het bestreden besluit. Reeds daarom kan niet worden geoordeeld dat Vodafone geen belang meer heeft bij dit hoger beroep. Het College merkt in dit verband op dat ACM en KPN/Reggeborgh hebben betoogd dat artikel 8:69a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de weg staat aan de beoordeling van (de gronden van) het hoger beroep, gelet op de belangen van Vodafone in de nieuwe situatie. Dit betoog ziet evenwel niet op de ontvankelijkheid van het hoger beroep van Vodafone, maar op de beoordeling daarvan. Tot niet-ontvankelijkheid van dat beroep kan dit betoog dan ook niet leiden.