ECLI:NL:CBB:2018:161
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.R. Eggeraat
- H.L. van der Beek
- G.A.J. van den Hurk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tegemoetkoming schade rozenkwekerij wegens ontbreken causaal verband met maatregelen Plantenziektenwet
Appellante exploiteert een rozenkwekerij en ondervond problemen door de aanwezigheid van het quarantaineorganisme Ralstonia Solanacearum. Na monsters te hebben genomen, werden besmette planten vastgesteld en moest appellante deze vernietigen. Verweerder legde beperkingen op, maar hief deze later op.
Appellante verzocht om een tegemoetkoming op grond van artikel 4 van Pro de Plantenziektenwet wegens de door haar geleden schade, geraamd op ruim €1,5 miljoen. Verweerder wees dit verzoek af omdat onvoldoende causaal verband bestond tussen de maatregelen en de schade, die volgens hem tot het normale bedrijfsrisico behoorde.
In beroep betoogde appellante dat wel degelijk een causaal verband bestond en dat de schade niet voorzienbaar was. Het College oordeelde dat appellante al vóór de verplichte vernietiging van de besmette partijen was overgegaan tot vernietiging, waardoor het causaal verband ontbrak. Het beroep werd ongegrond verklaard. De overige beroepsgronden werden niet behandeld omdat deze niet tot een ander resultaat konden leiden.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van causaal verband tussen de maatregelen en de schade.