ECLI:NL:CBB:2018:164
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.R. Winter
- R.W.L. Koopmans
- W. den Ouden
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vervroeging startdatum SDE+ subsidie voor windturbinevervanging
Appellante ontving in 2006 een MEP-subsidie voor een windturbine, geldig tot 2017. In 2014 vroeg zij een SDE+ subsidie aan voor vervanging van deze turbine door een vergelijkbare nieuwe turbine, met een startdatum in 2017. Zij verzocht later om vervroeging van die startdatum naar 2016, wat door verweerder werd afgewezen.
Appellante stelde dat vervroeging in het belang was van duurzame energieproductie en doelmatige besteding van overheidsmiddelen, mede vanwege een herstructurering die de exploitatieduur van de nieuwe turbine zou beperken. Verweerder beriep zich op een vaste gedragslijn om vervanging binnen tien jaar na de MEP-subsidie niet te stimuleren, om dubbele subsidiëring te voorkomen.
Het College oordeelde dat verweerder binnen zijn discretionaire bevoegdheid handelde en dat de vaste gedragslijn niet onredelijk was. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagde niet, omdat de situatie van appellante verschilde van die van andere subsidieontvangers. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot vervroeging van de startdatum van de SDE+ subsidie wordt ongegrond verklaard.