ECLI:NL:CBB:2018:181
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Tussenuitspraak
- R.R. Winter
- T. Pavićević
- W. den Ouden
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over afwijzing RDA-aanvraag wegens toerekenbaarheid uitgaven aan S&O-werkzaamheden
Appellante, een producent van flexibele kunststofverpakkingen, heeft een S&O-verklaring en een RDA-beschikking aangevraagd voor een project gericht op de ontwikkeling van innovatieve inkten, lakken, coatings en een inktdoseersysteem. Verweerder heeft de aanvraag gedeeltelijk afgewezen, met name de investeringen in een drukmachine en bedrijfshal, omdat deze niet direct toerekenbaar zouden zijn aan het S&O-werk.
Het College beoordeelt dat de brief van verweerder van 23 maart 2017 geen zelfstandig besluit is, maar een nadere motivering van het bestreden besluit. Verweerder heeft de eerdere motivering laten vallen en baseert zich uitsluitend op deze nieuwe motivering, waarin wordt gesteld dat de werkzaamheden van appellante niet overeenkomen met de S&O-werkzaamheden waarvoor de verklaring is afgegeven.
Appellante stelt dat zij wel degelijk nieuwe inkten, lakken en coatings ontwikkelt en technische input levert voor het inktdoseersysteem, in samenwerking met leveranciers. Het College concludeert dat verweerder onvoldoende heeft aangetoond dat de werkzaamheden van appellante niet overeenkomen met de aangevraagde en toegekende S&O-werkzaamheden. De afwijzing van de RDA-aanvraag is daarmee niet deugdelijk gemotiveerd en in strijd met artikel 7:12 van Pro de Awb.
Het College draagt verweerder op binnen 12 weken het gebrek in het bestreden besluit te herstellen of een nieuw besluit te nemen, waarna appellante de gelegenheid krijgt haar zienswijze te geven. De verdere beslissing wordt aangehouden tot de einduitspraak.
Uitkomst: Het College draagt verweerder op het gebrek in het bestreden besluit te herstellen binnen 12 weken en houdt verdere beslissing aan tot de einduitspraak.