ECLI:NL:CBB:2018:211
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging randvoorwaardenkorting van 20% wegens niet-naleving gebruik gewasbeschermingsmiddel
Appellante, een landbouwonderneming, kreeg een randvoorwaardenkorting van 20% opgelegd op haar rechtstreekse betalingen voor 2016 vanwege het onjuist gebruik van het gewasbeschermingsmiddel Panic Free, dat glyfosaat bevat. Toezichthouders van het Waterschap constateerden op 2 mei 2016 dat taluds van bermsloten geelbruin verkleurd waren, wat in strijd is met artikel 55 van Pro Verordening 1107/2009.
Verweerder handhaafde de korting na bezwaar en stelde dat sprake was van voorwaardelijk opzet, omdat appellante bewust het risico van niet-naleving heeft aanvaard. Appellante voerde aan dat de verkleuring mogelijk door drift of weersomstandigheden kwam en dat de foto's een vertekend beeld geven. Ook stelde zij dat toezichthouders een lagere korting hadden toegezegd en dat zij onevenredig werd gestraft.
Het College oordeelde dat de bevindingen van het Waterschap betrouwbaar zijn en dat de omvang van de verkleuring wijst op meer dan gewone onzorgvuldigheid. De uitlatingen van het Waterschap konden geen gerechtvaardigd vertrouwen wekken en de wettelijke bepalingen verplichten tot een korting van 20% bij opzettelijke niet-naleving. De beroepsgronden van appellante faalden en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de randvoorwaardenkorting van 20% wordt ongegrond verklaard.