ECLI:NL:CBB:2018:238
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.R. Winter
- E.R. Eggeraat
- H.O. Kerkmeester
- Rechtspraak.nl
Beoordeling randvoorwaardenkorting GLB-subsidies wegens overtreding Meststoffenwet
Appellante exploiteert een melkveehouderij en kreeg in 2015 een korting van 3% op haar GLB-subsidies opgelegd wegens het niet naleven van een randvoorwaarde, namelijk het verbod uit artikel 7 van Pro de Meststoffenwet om meststoffen op of in de bodem te brengen.
De minister stelde vast dat appellante in 2013 de gebruiksnormen voor dierlijke meststoffen, stikstof en fosfaat had overschreden, waardoor de uitzondering op het verbod niet van toepassing was. Appellante voerde aan dat zij zich wel had aangemeld voor derogatie en dat de minister ten onrechte de overtreding had vastgesteld.
Het College overwoog dat de Regeling GLB en de relevante EU-verordeningen de randvoorwaardenkorting van 3% voorschrijven bij niet-naleving. Het hoger beroep van appellante tegen een bestuurlijke boete en de vaststelling van de overtreding werd in een samenhangende zaak verworpen. Het College sluit zich aan bij deze overwegingen en ziet geen reden om af te wijken van de korting.
Daarom verklaart het College het beroep ongegrond en wijst het de vordering van appellante af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de randvoorwaardenkorting van 3% op GLB-subsidies wegens overtreding van artikel 7 Meststoffenwet wordt ongegrond verklaard.