ECLI:NL:RVS:2018:2775
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting op subsidies wegens overtreding meststoffenwet bij melkveehouderij
De maatschap exploiteert een melkveehouderij en ontving subsidies op grond van het Gemeenschappelijk landbouwbeleid en het Subsidiestelsel Natuur- en Landschapsbeheer (SNL). In 2015 heeft het college van gedeputeerde staten van Fryslân een korting van 3% toegepast op de subsidies vanwege overtreding van het verbod op het aanbrengen van meststoffen zonder naleving van gebruiksnormen volgens de Meststoffenwet.
De maatschap maakte bezwaar tegen deze korting, maar dit werd in 2016 ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de maatschap in 2017 eveneens ongegrond. De maatschap stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Het geschil betrof de vraag of de korting terecht was toegepast, waarbij de maatschap aanvoerde dat zij zich had aangemeld voor derogatie waardoor een verruimde gebruiksnorm zou gelden. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBB) oordeelde echter dat de maatschap niet aannemelijk had gemaakt dat zij zich had aangemeld en dat de gebruiksnormen waren overschreden.
De Afdeling sluit zich aan bij het oordeel van het CBB en bevestigt dat het college terecht een korting van 3% op de subsidies heeft toegepast. Er zijn geen nieuwe feiten of omstandigheden die tot een ander oordeel leiden. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De korting van 3% op de subsidies wegens overtreding van de meststoffenwet wordt bevestigd.