ECLI:NL:CBB:2018:244
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.R. Eggeraat
- R.R. Winter
- W. den Ouden
- Rechtspraak.nl
Terugvordering subsidievoorschotten na faillissement penvoerder samenwerkingsverband
Stichting Energy Valley was deelnemer in een samenwerkingsverband voor een project waarbij subsidie werd verleend en voorschotten werden betaald aan de penvoerder, Scheepswerf Peters. Na het faillissement van de penvoerder werd het project stopgezet en stelde de minister de subsidie voor appellante vast op nihil. Vervolgens werd een bedrag van €47.753 aan voorschotten teruggevorderd van appellante.
Appellante voerde aan dat zij het voorschot niet had ontvangen en dat de terugvordering onredelijk was, mede gezien de failliete situatie van de penvoerder en het ontbreken van duidelijke afspraken binnen het samenwerkingsverband. Het College oordeelde dat op grond van het oude Kaderbesluit nationale EZ-subsidies de betaling aan de penvoerder als bevrijdende betaling aan appellante geldt, en dat terugvordering van onverschuldigde voorschotten mogelijk is.
Het College verwierp het betoog dat het Kaderbesluit in strijd zou zijn met hogere regelgeving of algemene rechtsbeginselen. Ook het feit dat de wetgever het Kaderbesluit later wijzigde om betalingen direct aan subsidieontvangers te doen, maakte geen verschil voor deze zaak. Het College vond dat verweerder in redelijkheid tot terugvordering kon besluiten en dat de financiële gevolgen voor appellante niet onaanvaardbaar waren. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van Stichting Energy Valley wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van €47.753 aan subsidievoorschotten bevestigd.