ECLI:NL:CBB:2018:254
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening fosfaatrechten startend melkveebedrijf
De minister heeft het fosfaatrecht van verzoekster, een startend melkveebedrijf, vastgesteld op 3.373 kilogram fosfaat. Verzoekster heeft bezwaar gemaakt en verzocht om een voorlopige voorziening en om ontheffing voor extra fosfaatrechten om haar volledige productiecapaciteit te benutten. De minister heeft het verzoek om ontheffing aanvankelijk afgewezen, maar dit besluit later ingetrokken en is in overleg met verzoekster om tot een besluit te komen.
Verzoekster stelt dat zij niet voldoet aan de knelgevallenregeling omdat haar jongvee nog geen melk produceert en dat het tekort aan fosfaatrechten het voortbestaan van haar bedrijf bedreigt. Zij wijst op het ontbreken van een fair balance zoals bedoeld in artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM.
De voorzieningenrechter oordeelt dat spoed voor het treffen van een voorlopige voorziening ontbreekt omdat de minister in overleg is met verzoekster en binnenkort een hoorzitting zal plaatsvinden. De rechter wijst het verzoek af, maar veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten. De beoordeling van de verenigbaarheid van het fosfaatrechtenstelsel met het EVRM zal in de bodemprocedure plaatsvinden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor extra fosfaatrechten wordt afgewezen, maar de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.