Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 5 juni 2018 in de zaak tussen
de Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen (VPH), te Amsterdam, appellante,
de Nederlandse Zorgautoriteit, verweerster
Procesverloop
21 december 2016.
[naam 1] en [naam 2], te [plaats] , tegen het bestreden besluit.
Overwegingen
“Het inschrijftarief kan enkel in rekening worden gebracht indien de huisarts de continuïteit van de huisartsenzorg, 24 uur per dag en 7 dagen per week heeft gewaarborgd voor de bij hem ingeschreven patiënten.” (voorwaarde 4).
, 24 uur per dag en 7 dagen per week,voor de bij de zorgaanbieder op naam ingeschreven verzekerden. Het tarief bij de prestatie “inschrijving” is een vergoeding voor de kosten van beschikbaarheid
, waaronder die van de ANW-diensten,en een deel van de kosten van zorglevering.”.
21 december 2016. In de laatstgenoemde tariefbeschikking heeft verweerster voorwaarde
4 uit de beschrijving van de prestatie “inschrijving” verwijderd en de door het College bij
de uitspraak van 3 november 2016 gewijzigde tekst voor de beschrijving van de prestatie overgenomen.
De prestatiebeschrijving sluit voorts aan bij de eigen standaarden van de huisartsen, zorgt in de praktijk niet voor problemen en behoeft in het licht van artikel 35 Wmg Pro en/of de handhavingsmogelijkheden van de Inspectie voor de Gezondheidszorg, de tuchtrechter of de strafrechter geen aanpassing.
Verweerster erkent dat wanneer niet aan de ANW-verplichting wordt voldaan geen inschrijftarief in rekening mag worden gebracht. Volgens verweerster ligt het echter niet voor de hand om de tariefbeschikking aan te passen voor de hypothetische situatie dat een huisarts als gevolg van overmacht tijdelijk de ANW-zorg niet kan borgen. In de praktijk is er volgens verweerster voldoende ruimte om in zodanig geval een deel van het inschrijftarief in rekening te brengen. In dit verband heeft verweerster voorts betoogd dat de zorgverzekeraars hebben aangegeven dat zij rekening zullen houden met de uitspraak van het College van 3 november 2016 en wanneer een huisarts (tijdelijk) niet aan zijn ANW-verplichting kan voldoen niet meer dan een evenredig deel van het inschrijftarief zullen inhouden.
Beslissing
mr. J.L. Verbeek, in aanwezigheid van mr. J.M.M. Bancken, griffier.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2018.