ECLI:NL:CBB:2018:344
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.C. Stam
- E.R. Eggeraat
- B. Bastein
- Rechtspraak.nl
Afwijzing kosten reparatie casing als direct toerekenbare S&O-uitgaven bij zoutwinning
Frisia Zout B.V. voerde een bedrijf in zoutwinning en had voor 2016 S&O-verklaringen aangevraagd voor een project gericht op onderzoek naar het gedrag van zoutkruip in cavernes. Hoewel de S&O-verklaringen werden afgegeven, werden de kosten voor reparatie van een beschadigde casing na een instorting van het zoutdak afgewezen.
De kern van het geschil was of deze reparatiekosten uitsluitend dienstbaar en direct toerekenbaar waren aan het S&O-project. Het College oordeelde dat Frisia Zout onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de kosten volledig toe te rekenen waren aan het project, mede omdat een inzichtelijk en verifieerbaar vergelijk ontbrak tussen reguliere winning en de experimentele bel-vorm caverne.
Het College benadrukte dat bij de beoordeling van de toerekenbaarheid een duidelijk oorzakelijk verband en een reële, verifieerbare kostenberekening vereist zijn. Omdat dit niet was aangetoond, werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van Frisia Zout B.V. tegen de afwijzing van de kosten voor reparatie van de casing wordt ongegrond verklaard.