ECLI:NL:CBB:2018:352
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing graasdierpremie 2016 wegens niet-naleving I&R-systeem
Appellante vroeg op 4 mei 2016 de graasdierpremie aan voor 240 schapen, maar verweerder kende slechts premie toe voor 185 schapen vanwege niet-naleving van het I&R-systeem. Een administratieve sanctie leidde tot een netto uitbetaling van nul euro.
Appellante voerde aan dat zij niet verantwoordelijk was voor registratiefouten veroorzaakt door haar managementsysteem en dat verweerder de premie niet op basis van registratiefouten mocht weigeren. Ook stelde zij dat zij onvoldoende was geïnformeerd over de voorwaarden en dat de sanctie disproportioneel was.
Het College oordeelde dat Nederland terecht gebruikmaakte van het I&R-systeem als basis voor subsidiabiliteit en dat verweerder appellante voldoende had geïnformeerd, onder meer via een brief van 30 juli 2016. Appellante had de mogelijkheid om haar aanvraag aan te passen, maar maakte hier geen gebruik van.
De registratie-eisen waren bekend en gelden sinds 2010. Het niet goed functioneren van het managementsysteem ontslaat appellante niet van haar verantwoordelijkheid. De opgelegde sanctie volgt uit de Europese regelgeving en laat geen ruimte voor belangenafweging.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om geen graasdierpremie toe te kennen wegens niet-naleving van het I&R-systeem wordt ongegrond verklaard.