ECLI:NL:CBB:2018:399
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Venekamp
- T. Pavićević
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens niet actieve landbouwer bij toewijzing betalingsrechten
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin het bezwaar tegen de toewijzing van betalingsrechten werd afgewezen. Het geschil betreft de vraag of een private overeenkomst tussen appellant en zijn vader, waarbij betalingsrechten zouden worden overgedragen, terecht niet is betrokken bij het primaire besluit.
Appellant had in de Gecombineerde opgave 2015 aangegeven dat hij betalingsrechten wilde ontvangen voor 33 percelen, waarvan 31 via een private overeenkomst met het eenmansbedrijf van zijn vader. Verweerder heeft echter geen rekening gehouden met de waarde van de toeslagrechten van het eenmansbedrijf omdat dit bedrijf in 2015 niet als actieve landbouwer stond ingeschreven in het handelsregister.
Het College oordeelt dat de inschrijving van het eenmansbedrijf van de vader onder een SBI-code voor groothandel in levend vee geen landbouwactiviteit betreft. De stelling van appellant dat het bedrijf toch landbouwproducten verhandelde, is onvoldoende. Ook bijzondere omstandigheden die een afwijking rechtvaardigen zijn niet aannemelijk gemaakt. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat appellant niet is voorgelicht dat aan de voorwaarden voor overdracht niet voldaan hoefde te worden.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is aan de private overeenkomst geen betekenis toegekend bij de vaststelling van de waarde van de betalingsrechten voor appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het eenmansbedrijf van de vader niet als actieve landbouwer wordt aangemerkt.