Appellant diende in 2015 een aanvraag in voor de graasdierpremie, waarbij verweerder het bedrag vaststelde en een administratieve sanctie oplegde vanwege 133 schapen die niet voldeden aan de registratie-eisen van het I&R-systeem. Appellant voerde aan dat verweerder tekort was geschoten in de informatievoorziening over correcte registratie, waardoor fouten niet aan hem konden worden toegerekend.
Het College oordeelde dat de informatievoorziening in 2015 ontoereikend was, aangezien de aanvraagprocedure niet toeliet individuele schapen aan te geven en begunstigden niet vooraf geïnformeerd waren over de gevolgen van onjuiste registratie of de mogelijkheid tot intrekking van aanvragen. Hierdoor kon appellant niet worden verweten dat hij onjuist geregistreerde dieren had opgegeven.
Verder stelde het College dat de registratie-eisen sinds 2010 bekend waren en dat appellant de vastgestelde fouten in het I&R-systeem niet had betwist. De administratieve sanctie was daarom onterecht opgelegd. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen acht weken, met vergoeding van het griffierecht aan appellant.