ECLI:NL:CBB:2018:477
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Pavićević
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid bezwaar en proceskostenvergoeding bij termijnoverschrijding en beroepsmatige rechtsbijstand
Appellante diende bezwaar in tegen een besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over de uitbetaling van basis- en vergroeningsbetalingen 2016. Het bezwaar werd gedeeltelijk gegrond verklaard, maar verweerder kende geen proceskostenvergoeding toe. Het College beoordeelde eerst de ontvankelijkheid van het beroep en constateerde dat het bezwaarschrift te laat was ingediend, waardoor het bezwaar niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard.
Verweerder had de termijnoverschrijding vermoedelijk verschoonbaar geacht omdat het primaire besluit naar appellante was verzonden, terwijl de gemachtigde de Gecombineerde Opgave had ingediend. Het College oordeelde echter dat de vertraging door de gemachtigde zelf was veroorzaakt en dat dit geen reden was voor verschoonbaarheid. Daardoor werd het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met de bepaling dat het bezwaar niet-ontvankelijk is.
Vervolgens oordeelde het College over de proceskostenvergoeding. Verweerder stelde dat de gemachtigde niet voldeed aan de eisen voor beroepsmatige rechtsbijstand, omdat uit het handelsregister en andere stukken niet bleek dat rechtsbijstand een vast onderdeel van zijn bedrijfsvoering is. Appellante stelde dat de gemachtigde sinds 1986 actief is als adviseur in de agrarische sector en ook regelmatig rechtsbijstand verleent, maar kon dit niet met stukken onderbouwen.
Het College wees het aanbod om alsnog bewijs te leveren af wegens strijd met de goede procesorde. Omdat niet was aangetoond dat de gemachtigde beroepsmatig rechtsbijstand verleent, kon het beroep op proceskostenvergoeding niet slagen. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde. Het College bepaalde dat verweerder het betaalde griffierecht aan appellante moet vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard en het bestreden besluit vernietigd; proceskostenvergoeding wordt niet toegekend.