ECLI:NL:CBB:2018:513

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
2 oktober 2018
Publicatiedatum
8 oktober 2018
Zaaknummer
18/720
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens termijnoverschrijding ongegrond verklaard

Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, maar dit beroep is niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de beroepstermijn zonder verschoonbare reden.

Appellant maakte verzet tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en voerde aan dat hij ten onrechte uitging van een langere beroepstermijn van 42 werkdagen in plaats van zes weken kalenderdagen. Het College oordeelt dat appellant correct is geïnformeerd over de wettelijke termijn en dat zijn uitleg voor eigen rekening komt.

Het College ziet geen reden om af te wijken van de eerdere uitspraak en verklaart het verzet ongegrond. De niet-ontvankelijkverklaring blijft daarmee in stand. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 2 oktober 2018.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens termijnoverschrijding wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 18/720
5111

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 oktober 2018 op het verzet van

[naam] , te [plaats] , appellant

Procesverloop

Appellant heeft bij brief van 14 mei 2018, bij het College ontvangen op
17 mei 2018, tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 22 maart 2018 (het bestreden besluit) beroep ingesteld.
Bij uitspraak van 19 juni 2018 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Appellant heeft tegen de uitspraak van 19 juni 2018 verzet gedaan. Hij heeft daarbij niet verzocht om te worden gehoord.

Overwegingen

1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat de beroepstermijn is overschreden en niet is gebleken van enige grond die redelijkerwijs leidt tot het oordeel dat appellant niet in verzuim is geweest.
2 Appellant heeft in verzet aangevoerd dat hij ervan uitging dat de beroepstermijn van zes weken 42 werkdagen betrof en dat een wettelijke termijn redelijkerwijs niet alleen als uitgangspunt kan dienen.
3. In wat appellant in verzet heeft aangevoerd ziet het College geen aanleiding anders te oordelen dan in de uitspraak van 19 juni 2018. Appellant is bij het bestreden besluit correct geïnformeerd over de beroepsmogelijkheid en de termijn die daarvoor geldt. De wijze waarop appellant deze informatie heeft uitgelegd dient voor zijn rekening te blijven. De wettelijke termijn is uitgangspunt. Indien overschrijding van de termijn verschoonbaar is, wordt de termijnoverschrijding betrokkene niet tegengeworpen. Deze situatie doet zich hier niet voor.
4. Gelet op het voorgaande moet het verzet ongegrond worden verklaard. Dat betekent dat de uitspraak van 19 juni 2018 in stand blijft.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

Beslissing

Het College verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in aanwezigheid van
R. van Cuilenborg, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
2 oktober 2018.
w.g. T.G.M. Simons w.g. R. van Cuilenborg