ECLI:NL:CBB:2018:565
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A.M. van den Berk
- A. Venekamp
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen korting en dwangsom bij overdeclaratie GLB 2015
Appellant diende in mei 2015 een gecombineerde opgave in voor betalingsrechten en basis- en vergroeningsbetalingen over 2015, waarbij 10 percelen dubbel werden opgegeven. Na kennisgeving van deze onregelmatigheid door verweerder in augustus 2015, diende appellant een gewijzigde opgave in, maar deze wijziging kon niet meer worden meegenomen bij bezwaar en beroep.
Verweerder legde een korting op de basisbetaling op omdat de afgekeurde oppervlakte meer dan 66,66% van de goedgekeurde oppervlakte bedroeg, en stelde een uitsluitingsbedrag vast. Appellant voerde onder meer overmacht aan, alsmede schending van het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel, en betwistte de hoogte van de dwangsom.
Het College oordeelt dat geen sprake is van overmacht of bijzondere omstandigheden, dat appellant bewust de percelen heeft opgegeven en niet tijdig melding heeft gedaan van onregelmatigheden. Het beroep op het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel faalt omdat geen ondubbelzinnige toezegging is gedaan. De korting volgt uit toepasselijke EU-verordeningen en is terecht opgelegd.
Ten aanzien van de dwangsom is vastgesteld dat deze correct is berekend conform de Awb, omdat op 2 juni 2017 een besluit op bezwaar is genomen, ondanks latere herziening. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de korting en dwangsom wegens overdeclaratie GLB 2015 wordt ongegrond verklaard.