ECLI:NL:CBB:2018:566
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A.M. van den Berk
- A. Venekamp
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over toekenning betalingsrechten en beheer perceel jonge landbouwer
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin haar bezwaar tegen de toekenning van betalingsrechten en uitbetaling van rechtstreekse betalingen voor het jaar 2016 ongegrond werd verklaard. Kern van het geschil is of appellante op 15 mei 2016 het gebruik en beheer had over perceel 107, dat zij had gepacht van de eigenaar, de heer [naam 4].
Hoewel er een pachtovereenkomst bestond tussen appellante en de eigenaar, was er ook een grondgebruikersverklaring die het beheer van het perceel weer bij de eigenaar legde. Appellante stelde dat zij deze verklaring mondeling had opgezegd per 1 januari 2016 en daarmee exclusief beheer had. Het College oordeelde dat appellante dit niet aannemelijk had gemaakt en dat de grondgebruikersverklaring nog van kracht was op de peildatum.
Het College baseerde zich op Europese regelgeving en jurisprudentie die bepalen dat een landbouwer over een geldige gebruikstitel moet beschikken om betalingsrechten toegekend te krijgen. Omdat appellante niet kon aantonen dat zij op 15 mei 2016 het perceel met de vereiste autonomie beheerste, werd het beroep ongegrond verklaard. Tevens werd de toelating van de erven van de eigenaar als derde-belanghebbende afgewezen wegens gebrek aan rechtstreeks belang.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard omdat zij op 15 mei 2016 geen geldig beheer had over perceel 107.