ECLI:NL:CBB:2018:676
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen boete voor verkoop van niet-gecertificeerde biologische eieren
Appellante, een pluimveehouderij in omschakeling naar biologische bedrijfsvoering, verkocht in de periode van september tot oktober 2016 eieren als biologisch zonder dat zij daarvoor gecertificeerd was door Stichting Skal. Skal constateerde dat de uitloop voor de leghennen niet volledig per afdeling was afgegaasd, een vereiste voor certificering. Ondanks waarschuwingen en inspecties bleef appellante eieren met biologische aanduiding afzetten zonder geldig certificaat.
Het tuchtgerecht Skal legde een boete van €7.500,- op wegens overtreding van artikel 23 van Pro Verordening (EG) nr. 834/2007. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het financieel voordeel lager was dan door Skal berekend en dat zij in de veronderstelling verkeerde dat zij mocht afzetten vanwege een Duits KAT-certificaat. Tevens stelde zij dat een afnemer, die slechts een waarschuwing kreeg, onterecht werd gespaard.
Het College oordeelde dat de boete passend was, dat het financieel voordeel slechts een ondergeschikt aspect was en dat appellante haar eigen verantwoordelijkheid had om de regels na te leven. Het Duitse certificaat bood geen grond voor lagere boete. Ook was geen sprake van ongelijke behandeling tussen appellante en haar afnemer. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boete van €7.500,- wordt bevestigd.