ECLI:NL:CBB:2018:689

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
27 december 2018
Publicatiedatum
2 januari 2019
Zaaknummer
18/1037
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond verklaard wegens vertegenwoordigingsbevoegdheid bij bestuursrechtelijk beroep

In deze bestuursrechtelijke procedure heeft [naam 4], als bestuurder van [naam 2], beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van bewijs dat [naam 4] bevoegd was om namens [naam 2] op te treden en het niet herstellen van dit verzuim.

Appellante heeft hiertegen verzet ingesteld en verzocht om een hoorzitting, die op 11 december 2018 plaatsvond. Tijdens het verzet bleek dat [naam 4] redelijkerwijs mocht aannemen dat hij het verzuim had hersteld met een brief van 12 juli 2018, ontvangen op 16 juli 2018.

Het College verklaarde het verzet gegrond, waardoor de eerdere niet-ontvankelijkverklaring vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard, waardoor de niet-ontvankelijkverklaring vervalt en het onderzoek wordt voortgezet.

Uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 18/1037
27385

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 december 2018 op het verzet van

[naam 1] B.V.(hierna: [naam 1] ), te [plaats] , als rechtsopvolger van
[naam 2] B.V.(hierna: [naam 2] ), appellante,
(gemachtigde: [naam 3] )

Procesverloop

[naam 4] (hierna: [naam 4] ) heeft, in zijn hoedanigheid van bestuurder van [naam 2] , beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat (hierna: minister) van 20 april 2018.
Bij uitspraak van 4 september 2018 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Appellante heeft tegen de uitspraak van 4 september 2018 verzet gedaan. Daarbij is verzocht om te worden gehoord. Het horen ter zitting heeft plaatsgevonden op
11 december 2018. Verschenen is [naam 3] .

Overwegingen

1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van bescheiden waaruit blijkt dat [naam 4] bevoegd dan wel gemachtigd was om namens [naam 2] in rechte op te treden en het niet herstellen van dit verzuim, na daartoe bij griffiersbrieven van 18 juni en 17 juli 2018 in de gelegenheid te zijn gesteld.
2. In verzet is gebleken dat [naam 4] redelijkerwijs mocht menen dat hij bij op
16 juli 2018 ontvangen brief van 12 juli 2018 het verzuim had hersteld. Het verzet wordt gegrond verklaard.
3. Nu het verzet gegrond wordt verklaard, vervalt de uitspraak van
4 september 2018 en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
4. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

Beslissing

Het College verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van R. van Cuilenborg, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 december 2018.
w.g. T.G.M. Simons w.g. R. van Cuilenborg