Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 9 april 2019 op het hoger beroep van:
(gemachtigde: mr. A. Glijnis),
1. [AA]en
2. [RA](hierna: betrokkene 1 respectievelijk betrokkene 2, dan wel betrokkenen),
Procesverloop in hoger beroep
Betrokkenen hebben een schriftelijke reactie op het hogerberoepschrift gegeven.
Grondslag van het geschil
B.V. is medio 2009 opgericht. De onderneming houdt zich bezig met het beheren van contracten, alsmede de detachering van personeel bij opdrachtgevers in de vorm van contractbeheer. Vanaf eind 2010 heeft de onderneming een onstuimige groei doorgemaakt. De administratie werd gevoerd middels het softwarepakket van Exact met ondersteuning van een belastingadviseur die tevens de administratieve ondersteuning verzorgde. Gedurende de tijd kwam onze cliënte er achter dat het softwarepakket niet juist was ingericht en niet functioneerde zoals ze hadden aangenomen. Tevens bleek dat de belastingadviseur niet de werkzaamheden verrichte die ze hadden verwacht. Het gevolg hiervan is dat de administratie over 2010 en 2011 niet betrouwbaar was. Onze cliënte heeft destijds besloten om te veranderen van adviseur en ons in te schakelen als accountant/adviseur/fiscalist.
Na grondige analyse van de financiële administratie zijn de jaarrekeningen 2010 en 2011 samengesteld en aan de hand daarvan de aangiften vennootschapsbelasting ingediend. Tevens is de BTW positie bepaald. Tot grote schrik van cliënte blijkt dat over 2010 nog een suppletie resteert van € 32.298 te betalen en over 2011 van € 160.000 te betalen.
Cliënte wil graag alsnog aan zijn verplichtingen voldoen, maar is op dit moment financieel niet bij machte om het bedrag te voldoen. Graag maken wij een afspraak met u om de situatie nader toe te lichten en te komen tot een bevredigende oplossing voor beide partijen.
Indien u naar aanleiding van dit verzoek nog vragen heeft kunt u contact opnemen met de heer [AA] .”
1. Het beëindigen van de bestaande relatie tussen [naam 11] en [kantoor] , of
Ingeval de keuze valt op optie twee, moeten de klachten worden ingetrokken en zal op basis van de gebruikelijke condities en gangbare tarieven worden gewerkt. Betaling dient dan direct op voorschotbasis plaats te vinden. Bestaande nog niet betaalde declaraties worden voldaan. Mocht directe betaling daarvan niet mogelijk zijn, dan zal [kantoor] een betalingsregeling aanbieden. [naam 11] heeft toegezegd voor 1 mei a.s. een reactie te geven.”
heeft omtrent de administratie en BTW in de afgelopen jaren al diverse malen uitleg gegeven. Het komt ons ondoelmatig voor steeds in herhaling te treden. Zoals wij in onze brief van 5 juli 2016 al aangegeven hebben, weten wij ook niet meer wat wij zouden moeten doen om meer duidelijkheid te scheppen. (…) Wij zullen ons dossier thans definitief sluiten. (…)”
Uitspraak van de accountantskamer
Beoordeling van het geschil in hoger beroep
Appellanten hebben gesteld dat appellant sub 1, in tegenstelling tot hetgeen in de uitspraak is vermeld, niet ter zitting aanwezig is geweest. De door de accountantskamer vastgestelde feiten behoeven volgens appellanten een aantal correcties. Voorts hebben appellanten twaalf grieven ingediend tegen de inhoud van de bestreden uitspraak.
“Na meer dan € 250.000 aan advisering is dit karig, dit betekent namelijk dat [kantoor] slechts de auditfile van 19 december 2013 bezit en een Caseware overzicht waarvan [kantoor] beweert dat de achterliggende documenten niet meer voorhanden zijn.”Dat betrokkene 1 het verstrekken van bepaalde specificaties waarover hij beschikt heeft geweigerd, is hiermee niet aannemelijk geworden. Dit betekent dat de op de ongegrondverklaring van dit klachtonderdeel betrekking hebbende grief faalt.
“Wanneer ik de specificaties invoer conform onderstaand lopen de werkgeverslasten exact gelijk met die van de loonstaat”en
“Ik heb de salarisboekingen over 2014 kunnen aanpassen in het systeem conform je laatste informatie”.
Beslissing
- vernietigt de bestreden tuchtuitspraak in zoverre;