ECLI:NL:CBB:2019:159
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete voor niet gereinigde en ontsmette aanhangwagen bij vervoer schapen
Appellant, een eenmanszaak in het fokken en houden van rundvee, schapen en geiten, kreeg een bestuurlijke boete opgelegd van €2.500 wegens overtreding van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren in samenhang met de Regeling preventie. De overtreding bestond uit het rijden op de openbare weg met een aanhangwagen waarin schapen waren vervoerd, terwijl deze niet was gereinigd en ontsmet met een toegelaten middel.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de regeling vereist dat de aanhangwagen na het vervoer van schapen binnen het eigen bedrijf zo spoedig mogelijk gereinigd en ontsmet moet worden, ook als meerdere ritten nodig zijn. Het College van Beroep bevestigt deze uitleg en overweegt dat appellant op het moment van controle niet meer bezig was met het verweiden van schapen, maar met het vervoeren van andere materialen zonder de aanhangwagen te reinigen.
Appellant voerde aan dat de regeling praktisch onuitvoerbaar is en dat de boete buitenproportioneel hoog is, mede vanwege zijn beperkte financiële draagkracht. Het College oordeelt dat de regeling niet onuitvoerbaar is en dat de boete proportioneel is gezien de ernst van de overtreding en het preventieve doel van de wetgeving. De overgelegde financiële gegevens en de verklaring van appellant dat hij de boete heeft betaald, leiden niet tot matiging van de boete.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het College bevestigt de bestuurlijke boete van €2.500 wegens het niet reinigen en ontsmetten van de aanhangwagen.