Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 april 2019 op het verzet van
[naam] V.O.F., te [plaats] , appellante,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Het College verklaarde het beroep aanvankelijk niet-ontvankelijk omdat appellante niet tijdig de gronden van het beroep had ingediend, ondanks een eerdere termijnverlenging.
Appellante heeft hiertegen verzet aangetekend. Uit het verzet blijkt dat appellante bij een aanvullende termijn, gesteld bij griffiersbrief van 25 februari 2019, nogmaals de gelegenheid heeft gekregen om uiterlijk 12 april 2019 de gronden in te dienen. Deze termijn was op het moment van de niet-ontvankelijkverklaring nog niet verstreken, waardoor appellante niet in verzuim was.
Het College verklaart het verzet daarom gegrond, waardoor de eerdere uitspraak van 9 april 2019 vervalt. Het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Er is geen aanleiding om appellante te veroordelen in de proceskosten van het verzet.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt vernietigd.