ECLI:NL:CBB:2019:17
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.R. Eggeraat
- T. Pavićević
- I.M. Ludwig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering subsidie MIT-kennisvouchers wegens niet-subsidiabele kosten
De minister van Economische Zaken en Klimaat heeft bij besluit van 16 februari 2017 de vaststelling van tien MIT-kennisoverdrachtsprojecten ingetrokken en het subsidiebedrag teruggevorderd omdat niet was voldaan aan de voorwaarden dat de ondernemer zijn aandeel in geld betaalt en dat de kennisvraag door medewerkers van de kennisinstelling wordt beantwoord.
Bij het bestreden besluit van 12 juli 2017 is het bezwaar van appellante deels gegrond verklaard en is de subsidie ambtshalve vastgesteld op 50% van het maximale bedrag, met terugvordering van het teveel betaalde. Appellante voerde aan dat de eigen uren van de ondernemer als betaling in natura konden worden gezien en dat zij mocht vertrouwen op de interpretatie van de regeling.
Het College oordeelt dat de werkwijze waarbij de uren van de ondernemer worden opgenomen in de offerte tot subsidiabele kosten niet verenigbaar is met de regeling. De MIT-kennisvoucher geldt alleen voor activiteiten verricht door de kennisinstelling. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen ondubbelzinnige toezegging is gedaan.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van € 18.750,- bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van Stichting Centrum voor Innovatiemanagement is ongegrond verklaard en de terugvordering van € 18.750,- bevestigd.