Appellant, een eenmanszaak die sinds 2011 is ingeschreven in het handelsregister, wijzigde in december 2019 zijn bedrijfsactiviteiten door een restaurant te starten en de oude activiteiten te staken. Hij vroeg subsidie aan op grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten startende MKB-ondernemingen COVID-19 (SVL), gericht op ondernemers die tussen 1 oktober 2019 en 30 juni 2020 voor het eerst zijn ingeschreven. De subsidie werd vastgesteld en later ingetrokken omdat appellant niet voldeed aan de inschrijfdatum.
Appellant stelde dat hij als startende ondernemer onder de regeling viel omdat hij de bedrijfsactiviteiten had gewijzigd en een nieuw restaurant was gestart. Verweerder beriep zich op de letterlijke inschrijfdatum van 2011, die buiten de doelgroep viel. Tevens was er sprake van een technische fout in het aanvraagsysteem waardoor de subsidie ten onrechte was toegekend.
Het College oordeelde dat het vaststellingsbesluit niet kennelijk onjuist was, omdat appellant redelijkerwijs kon menen dat hij als startende ondernemer viel onder de regeling gezien de gebruikelijke gang van zaken bij eenmanszaken en de gewijzigde inschrijving in 2019. De technische fout was voor appellant niet kenbaar. Daarom mocht de subsidie niet worden ingetrokken. Het beroep werd gegrond verklaard, het intrekkingsbesluit vernietigd en het primaire besluit herroepen. Verweerder moet het griffierecht vergoeden.