1.9Bij het primaire besluit heeft verweerder een randvoorwaardenkorting vastgesteld van 70% op de aan appellante voor het jaar 2015 te verlenen rechtstreekse betalingen. Verweerder heeft hierbij uiteengezet dat appellante de volgende verplichtingen op het terrein dierenwelzijn niet heeft nageleefd:
- de verplichting kalveren een goede verzorging te geven;
- de verplichting kalveren te laten beschikken over op hun leeftijd en gewicht afgestemd voeder dat beantwoordt aan de met hun gedrag samenhangende en hun fysiologische behoeften;
- de verplichting kalveren te voorzien van voldoende vers water van passende kwaliteit;
- de verplichting voeder- en drinkinstallaties zo te ontwerpen, bouwen, plaatsen en onderhouden dat gevaar voor verontreiniging van voeder en water wordt beperkt;
- de verplichting dat ligruimte van een stal comfortabel en zindelijk is;
- de verplichting dieren te laten verzorgen door personen die beschikken over voldoende kennis en vaardigheden en vakbekwaam zijn;
- de verplichting dieren die ziek of gewond lijken onmiddellijk op passende wijze te verzorgen of een dierenarts te raadplegen;
- de verplichting een ziek of gewond dier zo nodig af te zonderen in een passend onderkomen;
- de verplichting behuizingen en inrichtingen voor de beschutting van een dier zo te ontwerpen, maken en onderhouden dat het dier zich niet kan verwonden;
- het verbod om stoffen aan dieren toe te dienen of te voeren die schadelijk zijn voor de gezondheid of het welzijn van een dier.
2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de bezwaren van appellante gedeeltelijk gegrond verklaard, het primaire besluit herroepen en de randvoorwaardenkorting voor subsidiejaar 2015 verlaagd naar 55%. Verweerder heeft hierbij uiteengezet een tweetal overtredingen van de randvoorwaarden niet langer aan appellante tegen te werpen, omdat op basis van het onderzoek er onvoldoende grond is voor de conclusie dat appellante niet beschikte over de nodige kennis en vaardigheden om haar dieren te verzorgen en dat appellante stoffen aan dieren heeft toegediend of gevoerd die schadelijk zijn voor de gezondheid of het welzijn van een dier. De overige overtredingen heeft verweerder gehandhaafd. In het bestreden besluit staat, voor zover hier van belang, het volgende:
“(…)
Verzorging/dierenarts raadplegen
Tijdens de controle van 5 februari 2015 is tevens geconstateerd dat circa 50% van de aanwezige melkkoeien klauwproblemen had en werden er meerdere zieke dieren aangetroffen.
De koe met werknummer 0671 had 14 dagen daarvoor afgekalfd. Het dier was kruislam geweest en kon niet staan. In overleg met u en de praktiserend dierenarts is het geëuthanaseerd. Het schaap met code (…) was ernstig ziek en is net als het rund geëuthanaseerd. Het kalf met werknummer 0883 stond met een ronde rug en rilde en de oren stonden niet zoals het behoort te zijn. De kalveren in hok 3 en 4 waren aan het hoesten. U gaf aan dat de dieren behandeld waren, maar de inspecteurs twijfelen hieraan. Na de controle is er twee keer contact geweest met de praktiserend dierenarts, die aangaf dat er in totaal nog vier runderen waren geëuthanaseerd door de diarree-uitbraak op uw bedrijf. U kon niet aantonen wanneer de runderen voor het laatst door een voetenbad waren gelopen en wanneer welke runderen voor het laatst aan de klauwen waren behandeld. De praktiserend dierenarts is veel te laat of niet ingeschakeld bij ernstig zieke dieren.
Op 3 juni 2015 heeft er een hercontrole plaatsgevonden. Daarbij is geconstateerd dat het rund met werknummer 7368 ernstig kreupel was. Er was een verband aangelegd om de linkerachterklauw. Dit verband zat volgens de NVWA-dierenarts te strak om de klauw en kneep de bloedsomloop af. Dit verband was door uzelf aangebracht. Er bevond zich een ontsteking aan de achterzijde van de klauwspleet. Volgens de NVWA-dierenarts was deze aandoening aan de klauw ontstaan door Mortellaro. U behandelde de ontstoken klauw met de desinfecterende gel Intrahoof-fit, met registratienummer 109438. Uit het behandelplan van de praktiserend dierenarts bleek later dat er een ander middel had moeten worden gebruikt.
Ook op 4 november 2015 heeft er een hercontrole plaatsgevonden. Daarbij is geconstateerd dat het kalf met werknummer 0965 traag was en een met dunne mest bezoedelde achterhand had. De praktiserend dierenarts adviseerde die dag om dit dier te behandelen. Ook de kalveren 0964 en 0967 waren bezoedeld met mest en moesten worden behandeld. Verschillende kalveren hadden ernstige huidlaesies als gevolg van tricophytie. De praktiserend dierenarts concludeerde dat de ernstig aangetaste dieren behandeld moesten worden. Er was tevens een pink (3448) die linksvoor kreupel was en daardoor nauwelijks de poot belastte, en een stier (4842) die mager was en rechtsachter kreupel liep. Ook was er een koe met baarmoederontsteking (0722) en een koe met een gescheurde pees (9623), waarvoor geen dierenarts was geraadpleegd. Uit een gesprek met de praktiserend dierenarts bleek dat er wel een plan van aanpak was gemaakt om de hoge sterfte bij de kalveren tegen te gaan, maar u gaf aan dit nog niet actief na te leven.
Op 16 december 2015 heeft er nogmaals een hercontrole plaatsgevonden. Daarbij is geconstateerd dat het rund met de gescheurde pees (9623) was geëuthanaseerd. De benodigde vervolgbehandelingen waren niet in het logboek genoteerd. Twee kalveren (0981 en 9353) hadden diarree en drie andere kalveren maakten een zieke indruk (kromme rug, mager, hangende oren, rillen). Slechts één van deze vijf kalveren was door een dierenarts behandeld. Verschillende runderen hadden zeer ernstige schurft. Dit was bij de eerdere controle ook al geconstateerd, er stond echter sindsdien geen behandeling in het logboek vermeld. Een kalf (5193) bleef liggen en had een pompende ademhaling. Ook kalf 0938 was erg sloom, liet de oren hangen en bleef op één plaats staan. De NVWA-dierenarts gaf aan dat deze dieren geen behandeling hebben gehad. Verder waren er veel schapen met schurft, een vervuild achterwerk door diarree en een slechte conditie. Er is besloten dat alle 40 schapen en 15 jonge runderen meegevoerd zouden worden. De hercontrole is wegens schemering en een onveilige wegsituatie op 18 december 2015 voortgezet. Tijdens de controle zijn 39 van de 59 schapen in beslag genomen. Er was een ram met een bloederige zwelling aan de poot. Alle vier rammen hadden een ecthyma-achtige aandoening aan de poten, die zeer besmettelijk was. Ze zijn alle in beslag genomen.
Tijdens de hoorzitting gaf u aan dat een klauwbekapper van AB uw melkkoeien op
9 februari 2015 heeft behandeld en heeft verklaard dat de koeien er goed uitzagen en niet waren verwaarloosd. Tijdens de controle van 5 februari 2015 was NVWA-inspecteur [naam inspecteur] een heel andere mening toegedaan.
Hierover merk ik het volgende op.
Uit de verklaring van de klauwverzorger, [naam klauwverzorger], het scoringsformulier van AB en de ‘klauwgezondheidsscore’ van 9 februari 2015 blijkt niet dat er ten tijde van de constateringen sprake was van een goede klauwverzorging. Integendeel, hierin wordt bevestigd dat er een groot aantal runderen (ernstig) kreupel was en dat meerdere runderen de klauwaandoening Mortellaro hadden. U dient de klauwen van uw rundvee tijdig en op de juiste wijze te verzorgen.
Ontwerp/onderhoud behuizing
Tijden de controle van 4 november 2015 is geconstateerd dat diverse spijlen van de ijzeren roostervloer ontbraken. De melkkoeien stonden tijdens het melken twee keer per dag op deze kapotte roosters, waardoor de klauwen beschadigd konden raken. In de jongveestal bij de oudste groep jongvee waren de zelfsluithekken van het voerhek verwijderd. De ring waarmee het zelfsluithek was bevestigd, was onvoldoende weggeslepen. Dit heeft kale en dikke plekken op de schouders van de aanwezige runderen veroorzaakt.
Tijdens de hercontrole van 16 december 2015 is geconstateerd dat in stal 2, afdeling 1, onder de afscheidingsbuis een sjorband was bevestigd, waardoor de jonge runderen minder makkelijk konden uitbreken. Alle jonge runderen hadden kale plekken door de sjorband en het reiken naar ruwvoer, dat vaak niet genoeg was aangeschoven. In dezelfde afdeling was een afscheidingsbuis niet goed bevestigd. De plukken haar van runderen hingen aan de buis. De aanwezige runderen konden de huid hieraan openhalen. Tevens zaten in stal 5 in het derde hok de stekkerdozen en de elektrische bekabeling zo laag dat de aanwezige jonge runderen er met hun bek bij konden komen. Hieraan konden de dieren zich ernstig verwonden.
(…)
Herhalingen
Uit artikel 39, vierde lid, van Verordening (EU) nr. 640/2014 volgt dat, indien herhaalde niet-nalevingen zijn geconstateerd, bij de eerste herhaling het vóór de herhaalde niet-naleving vastgestelde percentage wordt vermenigvuldigd met de factor drie.
In uw geval is er sprake van herhaalde niet-nalevingen van:
(…)
• de verplichting dieren die ziek of gewond lijken, onmiddellijk op passende wijze te verzorgen of een dierenarts te raadplegen, Aangezien de niet-naleving van deze verplichting op 28 mei 2014, 21 augustus 2014, 5 februari 2015, 3 juni 2015, 4 november 2015 en 16 december 2015 is geconstateerd, is er sprake van vijf herhalingen. In 2014 is u voor dit onderdeel een korting van 15% opgelegd.
Bij brief van 16 april 2015 bent u erop gewezen dat een volgende herhaling automatisch wordt gezien als een opzettelijke niet-naleving. Nadien heeft u de verplichting nog driemaal niet nageleefd. Gelet op artikel 3, vierde lid, van de Beleidsregel Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB stel ik de korting voor deze overtreding daarom vast op 40% (in plaats van de eerder opgelegde 50%);
• de verplichting behuizingen en inrichtingen voor de beschutting van een dier zo te ontwerpen, maken en onderhouden dat het dier zich niet kan verwonden. Aangezien de niet-naleving van deze verplichting op 21 augustus 2014, 4 november 2015 en 16 december 2015 is geconstateerd, is er sprake van twee herhalingen. In 2014 is u voor dit onderdeel een korting van 3% opgelegd.
Het vorenstaande resulteert in een korting van 27% (3% x 3 x 3). Gelet op artikel 39, vierde lid, van Verordening (EU) nr. 640/2014 is hier het maximum van 15% van toepassing. Een volgende herhaling zal worden gezien als een opzettelijke niet-naleving;
(…)
Rekenregels
Alle genoemde verplichtingen behoren tot het randvoorwaardenterrein dierenwelzijn.
Uit artikel 73, tweede lid, van Verordening (EU) nr. 809/2014 volgt dat meerdere niet-nalevingen binnen hetzelfde randvoorwaardenterrein als één geval van niet-naleving worden beschouwd. De hoogste korting wordt toegepast.
Uit artikel 74, tweede lid, van Verordening (EU) nr. 809/2014 volgt dat bij een herhaalde niet-naleving in combinatie met andere niet-nalevingen, de kortingspercentages worden opgeteld (ook als deze tot hetzelfde randvoorwaardenterrein behoren), tot een maximum van 15%. Uitzondering hierop is wanneer een niet-naleving als opzettelijk is beoordeeld, zoals hier het geval is. In dat geval worden de bepaalde kortingspercentages voor herhaalde niet-nalevingen bij elkaar opgeteld.
Ik merk op dat in het bestreden besluit de standaard niet-nalevingen (5%) onterecht bij de herhaalde niet-nalevingen (15%) zijn opgeteld.
Bovenstaande resulteert erin dat ik u een randvoorwaardenkorting opleg van (15% + 40% =) 55%.
(…)”
3. Het College overweegt als volgt.