Appellanten verzochten de gemeente Den Haag handhavend op te treden tegen de overschrijding van de winkeltijden door het Spar filiaal in een Texaco pompstation, dat op zondag open was van 6.00 tot 23.00 uur, wat volgens hen in strijd was met de Winkeltijdenwet en gemeentelijke verordening. De gemeente wees dit verzoek af en handhaafde dit besluit na bezwaar, met het argument dat er geen zicht was op legalisatie en dat handhaving alleen bij ernstige openbare ordeproblemen zou plaatsvinden.
Het College stelde vast dat de zondagopenstelling vóór 10.00 uur inderdaad in strijd was met de toen geldende regelgeving en dat geen ontheffing of vrijstelling was verleend. Volgens vaste jurisprudentie moet handhavend worden opgetreden bij dergelijke stelselmatige overtredingen, tenzij bijzondere omstandigheden zoals concreet zicht op legalisatie aanwezig zijn, wat hier niet het geval was.
Verder oordeelde het College dat de gemeente niet voldoende had gemotiveerd waarom zij van handhaving afzag en dat het onderzoek naar de openingstijden nog niet was afgerond. Daarom vernietigde het College het bestreden besluit en droeg de gemeente op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.
Tot slot veroordeelde het College de gemeente tot vergoeding van de proceskosten van appellanten en het betaalde griffierecht. De uitspraak werd gedaan door B. Bastein op 23 april 2019.