ECLI:NL:CBB:2019:269
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen verhoging fosfaatrechten zonder instemming inschaarder volgens Meststoffenwet
Appellante had 25 pinken uitgeschaard in 2015, waarbij de fosfaatrechten voor deze dieren aan de inschaarder werden toegekend. Appellante meldde dit in 2018, maar beschikte niet over de instemming van de inschaarder om de fosfaatrechten op haar naam te stellen.
Volgens artikel 23, vijfde lid, van de Meststoffenwet kan het fosfaatrecht van een landbouwer worden verhoogd indien hij meldt en aantoont dat hij melkvee had uitgeschaard, mits de inschaarder met de verlaging van zijn fosfaatrecht instemt. Deze instemming is bedoeld om dubbeltelling te voorkomen.
Appellante stelde dat deze instemming niet vereist is, maar het College oordeelde dat de wet en toelichtingen dit wel vereisen. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel en op artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM faalde omdat de wettelijke grondslag ontbreekt zonder instemming.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard omdat instemming van de inschaarder vereist is voor verhoging van fosfaatrechten.