ECLI:NL:CBB:2019:682
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fosfaatrecht en beroep op uitscharingsregeling faalt
Appellante, een melkveehouderij, stelde dat het fosfaatrechtenstelsel haar eigendomsrecht aantast en dat zij een individuele en buitensporige last draagt door het tekort aan fosfaatrecht, mede vanwege de aankoop van een nieuwe locatie. Verweerder stelde dat het fosfaatrechtenstelsel niet in strijd is met het recht op eigendom en dat de investeringen voor de nieuwe locatie buiten de beoordeling vallen.
Het College overwoog dat het fosfaatrechtenstelsel op regelingsniveau verenigbaar is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM en dat appellante geen aanspraak kan maken op fosfaatrecht voor het uitgeschaarde jongvee zonder instemming van de inschaarder. De financiële rapportage van appellante betrof het fosfaatreductieplan en niet het fosfaatrechtenstelsel.
Verder oordeelde het College dat de investeringen voor de nieuwe locatie zijn gedaan toen het fosfaatrechtenstelsel al kenbaar was, waardoor appellante zelf de gevolgen moet dragen. Het belang van milieubescherming en naleving van de Nitraatrichtlijn weegt zwaarder dan de belangen van appellante.
Het beroep werd ongegrond verklaard, het griffierecht werd aan appellante vergoed en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit over het fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.