ECLI:NL:CBB:2019:317
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Pavićević
- Rechtspraak.nl
Beoordeling subsidiabele oppervlakte landbouwpercelen in gecombineerde opgave 2017
Appellante diende een gecombineerde opgave in voor het jaar 2017 met het verzoek om uitbetaling van basis- en vergroeningsbetalingen. Verweerder stelde de oppervlaktes van verschillende percelen vast en wees bezwaar van appellante af.
De kern van het geschil betrof de vraag of bepaalde percelen, waaronder perceel 5, 23 (en 80), 50, 37, 66, 67 en 68, als subsidiabele landbouwgrond konden worden aangemerkt. Verweerder oordeelde dat delen van deze percelen niet subsidiabel waren vanwege verruiging, aanwezigheid van taluds, bermen en niet-overheersende grasvegetatie.
Het College oordeelde dat verweerder de oppervlaktes juist had vastgesteld op basis van luchtfoto’s en de toepasselijke EU-verordeningen. De bezwaren van appellante over verschuivingen in intekening en eerdere grotere goedkeuringen werden niet voldoende onderbouwd of konden niet leiden tot een andere beoordeling. Ook de motivering en belangenafweging van verweerder werden als deugdelijk beoordeeld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van subsidiabele oppervlaktes in de gecombineerde opgave 2017 is ongegrond verklaard.