ECLI:NL:CBB:2018:65
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Venekamp
- T. Pavićević
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen uitsluiting bermen als subsidiabele hectare in GLB-uitvoering
Handelsonderneming De Heidemar betwistte de beslissing van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit om bermen tot een breedte van drie meter langs wegen niet als subsidiabele hectare mee te rekenen bij de toewijzing van betalingsrechten onder de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB.
De minister baseerde deze uitsluiting op artikel 2.10, lid 2, onder c, van de Uitvoeringsregeling, waarin bermen vanwege hun verkeerskundige en infrastructurele functie worden aangemerkt als areaal dat overwegend voor niet-landbouwactiviteiten wordt gebruikt. Het College oordeelde dat deze categorale uitsluiting in lijn is met de Europese regelgeving en dat de nationale regelgever tot deze redelijke maatregel kon komen.
Verder stelde appellante dat de opgelegde administratieve sanctie onterecht was omdat zij was uitgegaan van gegevens van de minister. Het College stelde vast dat appellante zelf de bermen als subsidiabel had opgegeven terwijl de minister deze op nul hectare had gesteld, waardoor het verwijt van onschuld niet opging.
De beroepen tegen de besluiten over de jaren 2015 en 2016 werden ongegrond verklaard. Het College vond geen reden om de besluiten onrechtmatig te achten en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van Handelsonderneming De Heidemar tegen de uitsluiting van bermen als subsidiabele hectare wordt ongegrond verklaard.