ECLI:NL:CBB:2019:334
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op knelgevallenregeling fosfaatrechten bij bedrijfsovername door derden
Appellante heeft het bedrijf van een maatschap overgenomen en stelt dat het fosfaatrechtenstelsel leidt tot een individuele en buitensporige last doordat bijzondere omstandigheden niet zijn erkend. Het bedrijf had op 2 juli 2015 minder melkkoeien vanwege ziekte en overlijden, en dieren werden verwijderd in maart 2016. Verweerder heeft het fosfaatrecht vastgesteld op basis van de situatie van 2 juli 2015 en de melding bijzondere omstandigheden van het overgenomen bedrijf niet afgehandeld.
Het College overweegt dat de knelgevallenregeling van artikel 23, zesde lid, van de Meststoffenwet alleen geldt indien een oorspronkelijke landbouwer zeggenschap behoudt. Omdat appellante het bedrijf heeft overgenomen en de oorspronkelijke landbouwer in loondienst is zonder zeggenschap, is sprake van bedrijfsovername door derden. Hierdoor is de knelgevallenregeling niet van toepassing.
Verder oordeelt het College dat het eigendomsrecht niet wordt aangetast omdat de fosfaatrechten bij de koop zijn verrekend en de invoering van het stelsel geen invloed had op de koopprijs. Het beroep op het Eerste Protocol inzake eigendomsrecht faalt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen reden voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard omdat de knelgevallenregeling niet van toepassing is bij bedrijfsovername door derden zonder zeggenschap.