ECLI:NL:CBB:2019:342
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging randvoorwaardenkorting wegens niet-naleving gebruik glyfosaat door loonwerker
Appellante kreeg een randvoorwaardenkorting van 20% opgelegd op haar rechtstreekse betalingen over 2016 omdat een door haar ingeschakelde loonwerker glyfosaat toepaste op sloottaluds, wat niet is toegestaan volgens de gebruiksvoorschriften. Appellante stelde dat zij niet aansprakelijk was omdat de loonwerker normaal goed werk levert en dat toezicht ter plaatse niet redelijk was vanwege gezondheidsrisico's.
Het College oordeelde dat appellante aansprakelijk is omdat zij geen concrete instructies gaf noch toezicht hield, terwijl van een landbouwer verwacht mag worden dat hij toeziet op naleving van randvoorwaarden. Het standpunt van appellante dat zij slechts algemene instructies hoefde te geven werd verworpen. De constatering van toezichthouders dat de loonwerker als overtreder geldt, doet hieraan niet af.
Appellante voerde aan dat de korting ten onrechte 20% was in plaats van 3%. Het College stelde vast dat sprake is van opzettelijke niet-naleving omdat appellante het risico op overtreding heeft aanvaard. Verweerder heeft terecht geen verlaging van de korting toegepast, omdat artikel 40 van Pro Verordening 640/2014 alleen verlaging toestaat op grond van ernst, omvang en permanent karakter van de overtreding.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de randvoorwaardenkorting van 20% wordt ongegrond verklaard.