ECLI:NL:CBB:2019:392
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang na herroeping bestuursdwang
Appellant had bezwaar gemaakt tegen besluiten van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit betreffende spoedbestuursdwang, een last onder bestuursdwang ter voorkoming van herhaling en de kosten daarvan. De bestuursdwang betrof maatregelen om de gezondheid en het welzijn van dieren in de dierenspeciaalzaak van appellant te waarborgen.
Na diverse hercontroles en besluiten heeft verweerder de spoedbestuursdwang en de kosten daarvan herroepen en de last onder bestuursdwang gedeeltelijk herroepen. De looptijd van deze last was inmiddels verlopen en er was geen uitvoering aan gegeven. Hierdoor stelde het College vast dat appellant geen procesbelang meer had bij een inhoudelijke beoordeling van het bestreden besluit.
Appellant voerde onder meer aan dat de toezichthouder willekeurig handelde en dat sprake was van schending van het ne bis in idem-beginsel vanwege strafrechtelijke vervolging voor dezelfde feiten. Het College oordeelde dat deze punten niet tot een ander oordeel konden leiden omdat de bestuursdwangbesluiten waren herroepen en de dwangsommen onherroepelijk waren vastgesteld.
Het College concludeerde dat het beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens gebrek aan procesbelang. Daarnaast erkende verweerder dat appellant recht heeft op schadevergoeding voor de ten onrechte in bewaring genomen dieren, waarvoor een aparte procedure openstaat.
De uitspraak werd gedaan door mr. J.L. Verbeek namens het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 3 september 2019.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na herroeping bestuursdwang en het verlopen van de last onder bestuursdwang.