Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 10 september 2019 in de zaak tussen
[naam] , te [plaats] , appellant
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Voor zover appellant heeft beoogt te betogen dat verweerder de percelen 3, 18, 26, 33, 34, 41, 43, 44, 45, 49, 60, 61, 62, 102 en 103 met gewascodes 331 en 332 ten onrechte niet voor uitbetaling in aanmerking heeft genomen, kan deze beroepsgrond niet slagen. Uit de Gecombineerde opgave 2016 blijkt dat appellant deze percelen niet heeft opgegeven voor de basis- en vergroeningsbetaling. Verweerder heeft het verzoek van appellant om ook over deze niet opgegeven percelen de basis- en vergroeningsbetaling uit te betalen opgevat als een verzoek om correctie van de verzamelaanvraag. Voor wijziging van de aanvraag is alleen plaats, indien sprake is van een kennelijke fout. In dat geval is immers ook na afloop van de uiterste datum voor indiening van een aanvraag een wijziging daarvan mogelijk, zo volgt uit artikel 4 van Pro Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014 van de Commissie van 17 juli 2014 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem, plattelandsontwikkelingsmaatregelen en de randvoorwaarden (Verordening 809/2014). Na deze datum mag verweerder niet op andere gronden wijziging van een aanvraag accepteren.
11 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem en de voorwaarden voor weigering of intrekking van betalingen en voor administratieve sancties in het kader van rechtstreekse betalingen, plattelandsontwikkelingsbijstand en randvoorwaarden (Verordening 640/2014) was gehouden de basisbetaling te korten met 0,75 keer keer het verschil tussen de aangevraagde en geconstateerde oppervlakte.