ECLI:NL:CBB:2019:429
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen individuele en buitensporige last door fosfaatrechtenstelsel voor melkveehouder
Appellante, een melkveehouder, betoogde dat het fosfaatrechtenstelsel een individuele en buitensporige last opleverde, waardoor haar eigendomsrecht werd geschonden. Zij stelde dat zij niet tijdig op de hoogte was van de gevolgen van het stelsel en dat haar investeringen in uitbreiding van het bedrijf hierdoor onevenredig werden getroffen. Tevens voerde zij aan dat zij schadevergoeding zou moeten ontvangen.
Het College overwoog dat het fosfaatrechtenstelsel op regelingsniveau verenigbaar is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM en dat het stelsel voorzienbaar was vanaf het moment dat het melkquotum werd afgeschaft. Appellante had dus rekening moeten houden met beperkingen in de groei van haar veestapel. De situatie van appellante verschilde niet van andere melkveehouders die hun stal niet volledig hadden gevuld op de peildatum.
De financiële onderbouwing van appellante was onvoldoende om aan te tonen dat het stelsel haar daadwerkelijk onevenredig zou treffen. Ook waren er geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van het ondernemersrisico rechtvaardigden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het fosfaatrechtenstelsel wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een individuele en buitensporige last.