ECLI:NL:CBB:2019:430
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep afgewezen wegens niet-toekenning starters- en knelgevallenregeling fosfaatrechten
Appellante betoogde dat zij als starter in aanmerking kwam voor de startersregeling en dat de knelgevallenregeling toegepast moest worden vanwege onomkeerbare investeringen en een individuele buitensporige last door het fosfaatrechtenstelsel. Het College stelde vast dat appellante niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 72 van Pro het Uitvoeringsbesluit en dat er geen daling was in referentiegegevens ten opzichte van 2014, waardoor de knelgevallenregeling niet van toepassing was.
Verder oordeelde het College dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het fosfaatrechtenstelsel een individuele en buitensporige last voor haar bedrijf vormde. Er ontbrak een nadere toelichting over de daadwerkelijke gevolgen van het toegekende aantal fosfaatrechten en de continuïteit van het bedrijf werd niet in gevaar geacht. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de situatie van appellante niet vergelijkbaar was met de door haar aangehaalde casus.
Het College verklaarde het beroep niet-ontvankelijk voor zover het gericht was tegen het bestreden besluit dat was ingetrokken en vervangingsbesluit was genomen. Voor het overige werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het vervangingsbesluit bevestigd.