ECLI:NL:CBB:2019:452
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.R. Eggeraat
- W.A.J. van Lierop
- L.F. Wiggers‑Rust
- Rechtspraak.nl
Verzoek om schadevergoeding na herroeping boetebesluiten executieveilingen wegens onrechtmatige overheidsdaad
Het geschil betreft verzoeken om schadevergoeding na herroeping van boetebesluiten door de Autoriteit Consument en Markt (ACM) wegens overtreding van de Mededingingswet bij executieveilingen. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven vernietigde eerder de boetebesluiten wegens onvoldoende bewijs van de overtredingen. In deze procedure wordt de omvang van de te vergoeden schade nader onderzocht.
Verzoekers stelden vermogensschade te hebben geleden door gederfde winst en extra kosten, onder meer door beëindiging van kredietfaciliteiten door de Rabobank. Het College oordeelde dat deze schade niet toerekenbaar is aan ACM, omdat de Rabobank haar beslissing baseerde op de vastgestelde mededingingsbeperkende gedragingen, die ook na de uitspraak van het College bleven gelden. Verzoekers konden dit onvoldoende onderbouwen.
Proceskosten werden deels toegewezen conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Immateriële schade wegens aantasting van eer en goede naam werd door het College erkend en naar billijkheid vastgesteld op €40.000 per verzoeker, mede gelet op de punitieve aard van de boetes en de media-aandacht.
Het College veroordeelde ACM tot vergoeding van de immateriële schade en proceskosten van één verzoeker, maar wees overige schadevergoedingen af. De uitspraak werd op 24 september 2019 gedaan door een meervoudige kamer van het College.
Uitkomst: ACM wordt veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade van €40.000 per verzoeker en proceskosten van €768, overige schadevergoedingen worden afgewezen.