ECLI:NL:RVS:2016:3462
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- F.C.M.A. Michiels
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens onrechtmatig besluit instellen uitgezonderde markt
Biolicious, exploitante van een biologische winkel in Amsterdam, verzocht om schadevergoeding wegens het instellen van een uitgezonderde markt op het Joris Ivensplein, wat volgens haar leidde tot concurrentieverstoring en inkomensderving. De rechtbank wees dit verzoek af omdat de geschonden norm niet strekte tot bescherming tegen de door Biolicious gestelde schade.
In hoger beroep betoogde Biolicious dat de norm wel bescherming bood en dat het algemeen bestuur onzorgvuldig had gehandeld. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat voor schadevergoeding moet worden voldaan aan het relativiteits- en causaliteitsvereiste. Omdat het besluit was vernietigd, kon Biolicious op grond van onrechtmatige daad schadevergoeding eisen, tenzij aannemelijk was dat het bestuur een vergelijkbare rechtmatige markt zou hebben ingesteld met dezelfde gevolgen.
De Raad concludeerde dat het bestuur aannemelijk had gemaakt dat het een reguliere markt zou hebben ingesteld die dezelfde schade had veroorzaakt. Biolicious had onvoldoende feiten aangevoerd om dit te weerleggen. Daardoor ontbrak het noodzakelijke rechtstreeks oorzakelijke verband tussen het onrechtmatige besluit en de schade. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van Biolicious wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding bevestigd.