ECLI:NL:CBB:2019:456
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- H.O. Kerkmeester
- E.R. Eggeraat
- B. Bastein
- Rechtspraak.nl
Subsidie ten onrechte vastgesteld op nihil wegens zorgplicht investeerder
Appellante, een investeringsmaatschappij, ontving subsidie in de vorm van garantstelling voor een investering in Intermedium Shoes B.V. Na het faillissement van deze onderneming stelde verweerder de subsidie op nihil vast vanwege onvoldoende rentabiliteits- en continuïteitsperspectieven op de peildatum.
Het College oordeelt dat appellante aan haar zorgplicht heeft voldaan door een due diligence onderzoek door een externe accountant en regelmatige updates over de financiële situatie. De financiële cijfers die verweerder later aanvoert waren niet bekend bij appellante op het moment van de investering.
Het College concludeert dat de opschortende voorwaarde van de garantstellingsovereenkomst was vervuld en dat de subsidie ten onrechte op nihil is vastgesteld. Het bestreden besluit wordt vernietigd, het primaire besluit herroepen en verweerder wordt opgedragen opnieuw te beslissen, inclusief over een schadevergoeding.
Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante. De uitspraak benadrukt de reikwijdte van de zorgplicht van investeerders binnen de Groeifaciliteit en het belang van een evenwichtige risicobeleid.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit de subsidie op nihil vast te stellen wordt vernietigd.