ECLI:NL:CBB:2019:477
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing fosfaatrechtenstelsel en proceskostenveroordeling
Appellante, een agrarisch bedrijf, had een vergunning voor een uitbreiding van haar melkveebedrijf, maar het fosfaatrechtenstelsel beperkt het aantal melkkoeien dat zij mag houden. Zij stelde dat dit stelsel een individuele en buitensporige last oplevert, waardoor zij haar investeringen niet kan terugverdienen en haar bedrijfscontinuïteit in gevaar komt.
Het College oordeelde dat het fosfaatrechtenstelsel op regelingsniveau verenigbaar is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM en dat er geen sprake is van een individuele en buitensporige last. Het rapport van de door appellante ingeschakelde deskundige werd onvoldoende geacht omdat het uitging van een onjuiste dierenaantallen en onvoldoende causaliteit aantoonde.
Verder werd meegewogen dat de beoogde uitbreiding fors was en appellante ten tijde van de investeringsbeslissingen voorzichtigheid had moeten betrachten. De klachten over arbeidsflexibiliteit werden niet als doorslaggevend gezien.
Het College concludeerde dat het bestreden besluit niet in strijd is met het eigendomsrecht en verklaarde het beroep ongegrond. Wel werd vastgesteld dat het besluit aanvankelijk onvoldoende gemotiveerd was, maar dit gebrek werd gepasseerd omdat appellante hierdoor niet benadeeld was. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan appellante.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het fosfaatrechtenbesluit wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.