ECLI:NL:CBB:2019:50
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.R. Eggeraat
- R.C. Stam
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Afwijzing S&O-verklaring wegens onvoldoende eigen technische inbreng in gezamenlijke projecten
Appellante heeft voor zes projecten in de tweede helft van 2016 een S&O-verklaring aangevraagd samen met drie andere besloten vennootschappen. Verweerder heeft de aanvraag van appellante afgewezen omdat niet is aangetoond dat zij zelf technische knelpunten heeft onderzocht en opgelost en dat haar werkzaamheden direct en uitsluitend gericht zijn op de ontwikkeling van technisch nieuwe onderdelen.
Appellante voerde aan dat haar managing director en hoofd R&D, die tevens aandeelhouder is van een van de andere vennootschappen, technisch inhoudelijk betrokken is bij de S&O-werkzaamheden. Echter, het College volgt verweerder in de uitleg dat appellante als aanvrager zelf aantoonbaar S&O-werkzaamheden moet verrichten. De aangeleverde informatie was onvoldoende concreet en gaf geen inzicht in de eigen technische bijdrage van appellante.
Het College overweegt dat de verbondenheid tussen appellante en de andere vennootschappen juist een extra reden is om duidelijkheid te verlangen over de eigen werkzaamheden. De door appellante verstrekte gegevens bevatten geen onderscheid naar ieders aandeel in de technische innovatie. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de weigering van een S&O-verklaring wordt ongegrond verklaard.