ECLI:NL:CBB:2020:1013
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering S&O-verklaring voor ontwikkeling robotica-oplossingen in complexe omgevingen
Appellante heeft voor drie perioden (januari-juni 2019, juli-december 2019 en januari-juni 2020) aanvragen ingediend voor een S&O-verklaring voor het project 'Ontwikkeling robotica-oplossingen voor niet-magnetische oppervlakken en complexe omgevingen'. Verweerder heeft deze aanvragen geweigerd en de weigering na bezwaar gehandhaafd.
Het geschil betrof de vraag of appellante aannemelijk had gemaakt dat zij binnen het project zelf speur- en ontwikkelingswerk verricht, dat wil zeggen werkzaamheden die direct en uitsluitend gericht zijn op de ontwikkeling van technisch nieuwe fysieke producten, productieprocessen of programmatuur. Appellante stelde dat zij technische knelpunten oplost en technische vernieuwing nastreeft binnen een samenwerkingsverband met verschillende partijen.
Het College oordeelde dat appellante vooral testwerkzaamheden uitvoert, zoals het opzetten, uitvoeren en evalueren van tests en het doen van verbeteringsvoorstellen, terwijl de feitelijke ontwikkeling en het oplossen van technische knelpunten door een derde partij worden verricht. Daarmee verricht appellante niet zelf speur- en ontwikkelingswerk in de zin van de Wva. De motivering van verweerder was voldoende en de beroepen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen van appellante tegen de weigering van S&O-verklaringen zijn ongegrond verklaard omdat zij niet aannemelijk heeft gemaakt zelf speur- en ontwikkelingswerk te verrichten.