ECLI:NL:CBB:2019:514

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
22 oktober 2019
Publicatiedatum
21 oktober 2019
Zaaknummer
19/552
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens niet tijdig indienen gronden ongegrond verklaard

Appellant had beroep ingesteld tegen een beslissing van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, maar het College verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat appellant na een aangetekende brief niet binnen de gestelde termijn de gronden van het beroep had ingediend.

Appellant maakte in het verzet bezwaar tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en stelde dat de correspondentie naar een oud adres was gestuurd, waardoor hij te laat was geïnformeerd. Het College oordeelde dat het aan appellant was om tijdig een adreswijziging door te geven en dat deze wijziging pas in het verzetschrift was gemeld, dus te laat.

Daarom mocht het College uitgaan van het bekende correspondentieadres en was het verzet ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 22 oktober 2019.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 19/552

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 oktober 2019 op het verzet van

[naam] , te [plaats] , appellant,

gemachtigde: mr. J. ten Hoven-de Beer, te Kollumerpomp

Procesverloop

Appellant heeft tegen de beslissing op bezwaar van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 15 februari 2019 (het bestreden besluit) beroep ingesteld.
Bij uitspraak van 9 juli 2019 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Appellant heeft tegen de uitspraak van 9 juli 2019 verzet gedaan en heeft daarbij verzocht om te worden gehoord.
Het verzet is behandeld ter zitting van 19 september 2019. Appellant is niet verschenen. De minister heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

Overwegingen

1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant, na bij aangetekend verzonden griffiersbrief van 16 april 2019 in de gelegenheid te zijn gesteld de gronden van het beroep binnen vier weken in te dienen, dat niet heeft gedaan.
2. In het verzetschrift is aangevoerd dat de correspondentie van het College naar het oude adres van de gemachtigde is gestuurd en daardoor te laat is ontvangen.
3. In verzet is slechts de vraag of het College het beroep van appellant terecht
niet-ontvankelijk heeft verklaard aan de orde. Het is aan appellant om een adreswijziging (tijdig) door te geven. Het gewijzigde correspondentieadres is pas in het verzetschrift en daarmee niet tijdig aan het College doorgegeven. Het College mocht daarom uitgaan van het bij hem bekende correspondentieadres. Het verzet is (reeds) om die reden ongegrond.
4. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

Beslissing

Het College verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van
D.A. Bohlmeijer, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken
op 22 oktober 2019.
w.g. T.G.M. Simons w.g. D.A. Bohlmeijer