ECLI:NL:CBB:2019:521
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen uitbreiding van GLB-betalingsrechten na uiterste indieningsdatum gecombineerde opgave
Appellante heeft voor het jaar 2017 betalingsrechten aangevraagd via de gecombineerde opgave, waarbij zij op 6 april 2017 een eerste opgave deed met 136,77 hectare landbouwgrond. Op 12 mei 2017 wijzigde zij deze opgave door de gewascode van enkele percelen te veranderen naar een niet-subsidiabele code, waardoor het aantal hectare voor uitbetaling daalde tot 96,86.
Verweerder stelde bij het primaire besluit een bedrag vast op basis van de gewijzigde opgave. Appellante maakte bezwaar en verzocht om alsnog uitbetaling zonder kortingen voor de gewijzigde percelen, verwijzend naar een eerdere succesvolle beroepsprocedure over 2015. Zij stelde dat zij de wijziging had doorgevoerd om kortingen te voorkomen en dat verweerder haar ten onrechte niet in de gelegenheid had gesteld haar aanvraag aan te passen.
Het College oordeelde dat na de uiterste datum voor het indienen van de gecombineerde opgave (9 juni 2017) alleen wijziging mogelijk is bij een kennelijke fout zoals bedoeld in artikel 4 van Pro Verordening 809/2014. Omdat appellante bewust een niet-subsidiabele code had opgegeven, was er geen sprake van een kennelijke fout. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door mr. B. Bastein namens het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 22 oktober 2019.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard omdat na de uiterste datum geen uitbreiding van betalingsrechten mogelijk is zonder kennelijke fout.