ECLI:NL:CBB:2019:527
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep afgewezen tegen vaststelling fosfaatrecht en toepassing knelgevallenregeling
Appellante, een melkveehouder, had beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Landbouw waarin het fosfaatrecht op haar bedrijf was vastgesteld. Zij voerde aan dat door ziekte van een van de maten het fosfaatrecht onjuist was berekend en dat zij een individuele en buitensporige last droeg door het fosfaatrechtenstelsel, mede vanwege vooruitgelopen investeringen voor een uitbreiding van het bedrijf.
Het College oordeelde dat bij toepassing van de knelgevallenregeling het fosfaatrecht moet worden vastgesteld op basis van de feitelijke dierenaantallen op het moment van de buitengewone omstandigheid (ziekte), en niet op het hypothetische aantal dieren dat zonder deze omstandigheid aanwezig zou zijn geweest. De investeringen van appellante waren vooruitgelopen op een vergunning die nog niet was verleend, waardoor geen sprake was van een individuele en buitensporige last in de zin van artikel 1 van Pro het EP.
Daarnaast was de uitbreiding van het bedrijf niet noodzakelijk gebleken en had appellante onvoldoende onderbouwd dat het fosfaatrechtenstelsel haar buitensporig zou treffen. Het bestreden besluit was zorgvuldig gemotiveerd en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het vastgestelde fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard.