ECLI:NL:CBB:2020:289
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen toekenning fosfaatrechtverhoging op grond van salmonellabesmetting en knelgevallenregeling
Appellant exploiteert een melkveehouderij en stelde dat door een salmonellabesmetting het aantal melkkoeien op 2 juli 2015 lager was dan op een alternatieve peildatum, waardoor hij aanspraak maakte op verhoging van het fosfaatrecht op grond van artikel 23, zesde lid, van de Meststoffenwet. Verweerder stelde dat er geen causaal verband bestond tussen de salmonellabesmetting en de afvoer van de melkkoeien en wees de verhoging af.
Het College overwoog dat appellant niet had aangetoond dat de 16 melkkoeien die op 27 mei 2015 werden afgevoerd besmet waren met salmonella. De gunstige uitslagen van melkmonsters en het feit dat de dieren aan een andere melkveehouderij werden geleverd, spraken tegen een besmetting. Ook de verklaring van de dierenarts bood onvoldoende bewijs.
Verder bevestigde het College dat bij toepassing van de knelgevallenregeling geen rekening wordt gehouden met niet gerealiseerde uitbreidingsplannen op de peildatum, conform eerdere uitspraken. De beoogde groei die appellant niet had gerealiseerd, kon daarom niet worden gecompenseerd.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 21 april 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot vaststelling van het fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard.