ECLI:NL:CBB:2019:528
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen afwijzing S&O-verklaring voor technische programmatuurontwikkeling
Appellante, een onderneming die IT-diensten levert voor voorraadbeheersystemen, vroeg een S&O-verklaring aan voor de ontwikkeling van nieuwe programmatuur die voorraadoptimalisatie verbetert door geavanceerde algoritmes en rekenmodellen.
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat niet aannemelijk zou zijn gemaakt dat sprake was van technisch nieuwe programmatuurontwikkeling, maar eerder van statistische en econometrische werkzaamheden. Appellante betoogde dat zij juist programmeertechnische knelpunten oplost en een nieuw informatietechnologisch werkingsprincipe ontwikkelt.
Het College oordeelde dat appellante voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de werkzaamheden betrekking hebben op de ontwikkeling van technisch nieuwe programmatuur, inclusief het oplossen van programmeertechnische knelpunten in Java en het ontwikkelen van nieuwe algoritmen. Het bestreden besluit is daarom in strijd met de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Wva).
Het College vernietigt het bestreden besluit en draagt de staatssecretaris op binnen acht weken opnieuw te beslissen, rekening houdend met deze uitspraak. Tevens veroordeelt het College de staatssecretaris in de proceskosten en bepaalt vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen binnen acht weken opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak.