ECLI:NL:CBB:2019:546

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
29 oktober 2019
Publicatiedatum
28 oktober 2019
Zaaknummer
19/249
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond verklaard tegen niet-ontvankelijkverklaring in bestuursrechtelijke beroepsprocedure

Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Het College verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat appellante na een termijn niet de gronden van het beroep had ingediend.

Appellante stelde verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Uit het verzet bleek dat appellante de gronden van het beroep wel tijdig had ingediend, maar met een verkeerd zaaknummer, waardoor zij niet in verzuim was.

Het College verklaarde het verzet gegrond, waardoor de eerdere niet-ontvankelijkverklaring vervalt en het onderzoek wordt voortgezet. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 29 oktober 2019.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het beroep wordt ontvankelijk verklaard, waardoor de procedure wordt voortgezet.

Uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 19/249

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 oktober 2019 op het verzet van

[naam] V.O.F., te [plaats] , appellante,

(gemachtigde: mr. E. Meijer),

Procesverloop

Appellante heeft tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 14 december 2018 beroep ingesteld.
Bij uitspraak van 7 mei 2019 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Appellante heeft tegen de uitspraak van 7 mei 2019 verzet gedaan.

Overwegingen

1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat appellante, na laatstelijk bij griffiersbrief van 5 maart 2019 in de gelegenheid te zijn gesteld om binnen vier weken alsnog de gronden van het beroep in te dienen, dat niet heeft gedaan.
2. In verzet is gebleken dat appellante niet is verzuim is geweest. Appellante heeft bij brief van 31 maart 2019, bij het College afgegeven op 2 april 2019, de gronden van het beroep ingediend, zij het met vermelding van een verkeerd zaaknummer. Het verzet moet daarom gegrond worden verklaard.
3. Nu het verzet gegrond wordt verklaard, vervalt de uitspraak van 7 mei 2019 en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
4. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

Beslissing

Het College verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van
D.A. Bohlmeijer, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken
op 29 oktober 2019.
w.g. T.G.M. Simons w.g. D.A. Bohlmeijer