ECLI:NL:CBB:2019:644
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.L. van der Beek
- E.R. Eggeraat
- J.H. de Wildt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling individuele en buitensporige last bij vaststelling melkveefosfaatreferentie onder Wvgm
Appellante betwistte de vaststelling van haar melkveefosfaatreferentie (MVFR) onder de Wet verantwoorde groei melkveehouderij (Wvgm), stellende dat de maatregel voor haar een individuele en buitensporige last vormt vanwege lopende bedrijfsuitbreidingen en investeringen.
Het College overwoog dat de Wvgm een inbreuk maakt op het recht op eigendom, maar dat deze inbreuk proportioneel is en gerechtvaardigd in het algemeen belang. Verweerder diende bij de hernieuwde vaststelling van de MVFR de bijzondere individuele omstandigheden te betrekken. Na beoordeling concludeerde het College dat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij voor 12 december 2013 onomkeerbare investeringen had gedaan die een individuele en buitensporige last veroorzaken.
De investeringen die na die datum zijn gedaan, waaronder vergunningen en financieringsovereenkomsten, vallen onder het ondernemersrisico. Vertragingen in het vergunningentraject en investeringen voor dierenwelzijn zijn geen bijzondere omstandigheden die een afwijking rechtvaardigen. Ook de grondgebondenheidsregelgeving is niet relevant voor de MVFR-beoordeling.
Het College bevestigt dat de MVFR gebaseerd is op de feitelijke situatie in 2013 en dat uitbreiding na die datum niet leidt tot aanpassing van de referentie. Alleen bij aantoonbare buitensporige lasten die de bedrijfscontinuïteit bedreigen, kan een aanpassing worden overwogen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de vaststelling van de melkveefosfaatreferentie wordt ongegrond verklaard.